Werk

Ik ben uit op het weergeven van wat ik prachtig vind in dat wat ik om mij heen zie, zonder boodschap of symboliek.

Ik ben geboeid door het vinden van een compositie van vormen en bewegingen van lijnen, het creëren van diepte en ruimte, van een evenwicht in contrasten tussen licht en donker, van effecten door kleur, en het tastbaar maken van materie.

Ik tracht een beeld te scheppen dat  “leeft’, waar ik de warmte van de zon ervaar, de koelte van de schaduw, of juist de vochtigheid van een regenachtige dag. Rust, het serene, de schoonheid.

Mijn werk is zeer arbeidsintensief. Het zijn aquarellen, laagje op laagje op laagje, geschilderd met de allerdunste penselen, waarbij het wit word uitgespaard.

Hoe klein het formaat ook is, mijn doel is mijn onderwerp groots en sterk weer te geven, zodat het van heel dichtbij als ook op afstand te ervaren is.

 

Materiaal 

Een aquarel wordt in de meeste gevallen in een ’piezografie’ oplage gedrukt door Bernard Ruijgrok / Amsterdam: <www.piezografie.com>.

 

Prijzen

De in deze site vermelde prijs betreft de piezografie inclusief btw, exclusief lijst en verzendkosten.

 

Wanda Werner aan het werk

 

Interview :

Van Roelie de Weerd voor ‘Bomennieuws’ het magazine van de Bomenstichting / Najaar 2011

 

WANDA WERNER EEN REALISTISCH SCHILDER

Op een zonnige dag, eind mei, ben ik op weg naar Uithuizen in de kop van Groningen, waar Wanda Werner woont, samen met Marte Röling, Alissa en Adrienne Morriën en hun moeder Guurtje Oldenburg. Ik weet de weg. Een jaar geleden, het 40-jarig jubileumjaar van de Bomenstichting, mocht ik Marte Röling interviewen voor de rubriek ‘Donateurs van het eerste uur’. Toen ontmoette ik ook partner Wanda Werner (geboren 1951) en was onder de indruk van haar prachtige landschappen. Heel gedetailleerde aquarellen. Daarover wilde ik haar graag interviewen en maakte al een vage afspraak. Op die zonnige dag in mei, wist ik nog niet dat dit ook meteen het laatste interview zou zijn voor Bomennieuws. Onwetend van de zwarte wolken boven het voortbestaan van de Bomenstichting hebben wij een ontspannend gesprek in de tuin. De vogels kwetteren, de bomen ruizen en er is een onbewolkte hemel. Er hangt een sfeer van onthaasting om de boerderij

 

Wanda is op een boot op de Vecht in Muiden geboren. Haar vader, grafisch ontwerper in Amsterdam, was getrouwd met een Française. Na de scheiding van haar ouders, ze was toen zeven jaar, is ze met haar moeder en haar zusje naar Parijs gegaan. Als kind zat ze altijd al te tekenen. ‘Ik tekende en schetste voornamelijk mensen, en dikwijls gezichten’ Omdat ze het tekenen als kind niet kon laten heeft haar moeder haar in Parijs op een cursus gedaan van de ‘Ecole Superieure d’Art Grafique’. Elke donderdag, dat was destijds de vrije dag in Frankrijk, ging ze daar naar toe. Op de laatste schooldag, Wanda was toen 15 jaar, zag ze tot haar grote verbazing overal in de gangen van de school haar werk hangen. Ze kreeg een negentieneneenhalf. Puntentelling ging in Frankrijk tot twintig. ‘Ze vonden het prachtig. Dat had ik nooit verwacht. Ik tekende al mijn hele leven, zonder te weten dat het gewaardeerd werd. Ja, thuis, maar dat zei mij toen niets.’

Op haar twintigste is ze weer naar Nederland gekomen en heeft een tijd bij haar vader gewerkt in zijn ‘Werner Studio’. Daar heeft ze grafisch ontwerpen geleerd.

 

Van portretten naar landschappen

In 1974 ontmoette ze Henk Jurriaans (overleden in 2005) en zijn partner Marte Röling. ‘Ik was zo onder de indruk van Henk en Marte, dat dat mijn leven totaal op z’n kop heeft gezet. Nadat eerst Alissa en toen Adrienne bij Henk en Marte introkken kwam ik er in 1983 bij. Ik vond het zo geweldig wat Marte maakte, zo prachtig, dat ik dacht wat zal ik nog? Stiekem zat ik wel te tekenen en te schetsen, maar durfde mijn werk niet te laten zien. Dat heeft heel lang geduurd. Het gebeurde toen wij naar de boerderij in Uithuizen verhuisd waren, in 1996.’

‘Het moment dat ik met die landschappen begon kwam door mijn vader. Ik zag bij hem een klein aquareldoosje van Winsor & Newton. De Winsor & Newton fieldbox. Een doosje wat je uit vouwt en waar je water in mee kunt nemen. Een heel klein dingetje. Ik zag dat doosje en riep: Ooh… wat een leuk doosje !  Mijn vader heeft toen meteen zo’n doosje voor mij gekocht. Ja, dacht ik, dat is een stok achter de deur. Dan móét ik wel. Maar wat ga ik nu schilderen? Ik had al een tekenhoek voor mij zelf gecreëerd en ben in mijn foto’s gaan grasduinen om inspiratie op te doen. Ik kwam uit bij een foto van een winterlandschap. Die ben ik gaan schilderen om te oefenen; kijken of ik het kon.’

Dat is ook haar manier van werken geworden. Ze gaat naar buiten, zoekt een landschap of vindt bomen en maakt er veel foto’s van die in een later stadium dienen als leidraad. Vervolgens gaat het tafereel zijn eigen leven leiden. Ze aquarelleert het landschap dat ze het mooist vind, maar laat er bijvoorbeeld bomen uit weg of voegt er andere aan toe.

‘Op foto’s zijn schaduwen soms regelrecht zwart bijvoorbeeld, dat is niet wat ik wil, ik wil er de nuances in. Ik snoei aan bomen, ruim de rommel op, plant er het een en ander bij, of laat juist iets weg. Ik hou erg van een weg of water, maar een weg kan ook in de weg liggen. Dan laat ik die weg helemaal wit, want ik hou wel van zijn vorm in het landschap, en schilder dan alleen de schaduw van de bomen erop.’‘Het is absoluut herkenbaar, want ik ben ‘n superrealist. Ik portretteer schoonheid waarvan ik overdonderd raak, waardoor ik word gegrepen. Mijn werk is zeer arbeidsintensief. Tegen de tijd dat zo’n boom bij mij af is, zijn de blaadjes al gevallen of zijn de kleuren anders of de blaadjes juist groter geworden.’

 

Eigen aquarel techniek

Haar techniek is aquarelleren. Maar anders dan doorsnee aquarelleren, waar met plassen water en grote vegen een impressie wordt gegeven. Wanda werkt met heel fijne penseeltjes en elk puntje is doelbewust neergezet.

‘Het is mijn eigen manier van aquarel gebruiken. Als je er een loep opzet zie je wel dat het een aquarel is. Een aquarel heeft de eigenschap dat als het opdroogt de randjes donker worden. Als je met olie of acrylverf schildert kun je aan het eind er witte toetsen opzetten. Bij mij is het andersom. Wat ik wit of licht wil hebben moet ik open laten. Daardoor houd ik mijn werk helder. Het wit speelt een buitengewoon belangrijke rol in mijn werk. Ik weet dan ook op het juiste moment te stoppen, anders maak je er een bende van. Je moet het meteen goed doen, want je kunt het niet schoonmaken. Met een boom is het niet zo erg, als een blaadje anders zit. Maar als je een portret van iemand maakt moeten de ogen wel meteen goed zijn. De ogen vind ik het aller-moeilijkst. Een fractie van een millimeter ernaast en iemand is het al niet meer.’

Is een boom ook te herkennen als de soort boom?

‘Jazeker. Ik wil de materie weergeven zo realistisch als het maar kan, in zijn vorm en zijn structuur. Het aaibare van iets, de vochtigheid, het mos op de boom. Dat moet voor mij echt mos zijn, daar moet geen twijfel over bestaan. Ik moet het kunnen voelen, het kunnen ruiken bij wijze van spreken. Dat is waar het me om gaat. Het moet natuurgetrouw zijn. Ik wil echt realisme. Dat is mijn kick.’

 

Het Groningse landschap

We zitten buiten op het terras voor haar woongedeelte van de boerderij. Er heerst een vredige rust. Als Wanda praat, praat ze met haar hele lichaam en grootse armgebaren. Soms valt er een stilte en kijkt ze tevreden en rustig om zich heen.

Was het geen overgang om hier te komen wonen. Je bent toch een stadsmens?

‘Nee,’ begint ze meteen weer enthousiast. ‘Ik heb het hier meteen heerlijk gevonden. Het is hier schitterend, dat weidse. In het begin overviel het mij, met name die winden, die hebben hier de ruimte. Je hebt hier die hoge wind, die hoor je ver boven de boomkruinen loeien Fantastisch vind ik dat.  Eigenlijk vind ik het hier onder elke weersomstandigheid mooi.

Komen die wolkenluchten ook terug in je schilderijen?

‘Ik heb wolken altijd vermeden. Dat komt omdat ik het wit van het papier door mijn werk laat gaan. Ik laat de lucht wit om me te concentreren op de kleur en de textuur van het landschap: het groen, de bomen, de bloemen, het gras en het land.  Daar ging het me meer om dan om de lucht, terwijl ik wel altijd naar die luchten zit te kijken en die reusachtig fascinerend en uitdagend vind.

 

Werken in opdracht

In haar atelier schuifelen we langs enkele van haar schilderijen. Een akker met graan zit vol met de kleinste details. De graankorrels zijn bijna te tellen. De bloemetjes van het fluitenkruid en de berenklauw zijn fotografisch nauwkeurig. Bij een aquarel van vers geploegde kleigrond vertelt ze: ‘Wij hadden hier eens een groep boeren en toen zei een oude boer: ‘Nu leef ik al mijn hele leven in de klei en ik heb nooit gezien dat het zo mooi was.’

Op een aquarel van het Schildmeer zijn wel wolken geschilderd, valt mij op.

‘Dat was een opdracht. Dus ik dacht, ik moet mij aan die wolken wagen, het meer is wolken en water. Het is echt kijkwerk. Ik zie die beweging in het water ontstaan, de golf en de terugslag. Maar dan moet ik het ook nog kunnen weergeven. Hier zie je die windvlaag over het water, daar rimpelt het al…’

Het is zo natuurgetrouw. Door het riet aan de oever zijn vlagen van rimpelig water heel minuscuul met fijne streepjes aangebracht. Je voelt bijna het zuchtje wind die het water in beroering brengt.

Ik bewonder een landschap aan de Drentse Aa. Die heeft ze gemaakt in opdracht van Watermaatschappij Drenthe om als relatiegeschenk aan hun klanten te geven. Wanda werkt veel in opdracht. Van haar aquarellen worden meestal piezografieën gemaakt. Piezografie is de nieuwste drukvorm. De aquarel wordt dan gescand en met de computer bewerkt. Daardoor heeft ze een oplage van het werk om te exposeren en te verkopen. De oplagen houdt ze klein.

‘Bij mijn eerste expositie van de aquarellen hebben Marte en Henk de prijzen bepaald. Want wat moet ik nu vragen als ik maanden aan zo’n ding werk? Ze hebben ze extra duur gemaakt omdat ik ze eigenlijk niet kwijt wilde. Toch werden er zomaar zes van verkocht ! Dat vond ik natuurlijk geweldig maar tegelijkertijd heel akelig dat ik ze niet meer had.Toen zei Marte waarom laat je er geen grafiek van maken. Dan heb je er zelf een en kan je er ook nog wat aan verdienen. En zo is die piezografie ontstaan. Als ik in opdracht werk is het mij tot nu toe gelukt om een kleine oplage voor mijzelf te mogen drukken, daar ben ik erg gelukkig mee.

 

Liefde voor bomen

De liefde voor bomen heeft haar vader haar met de paplepel bij gebracht. ‘Mijn vader is een bomen-en-bossenman. We gingen vaak naar het Bantam Bos bij Hilversum of naar andere mooie oude bossen om daar naar de bomen kijken. En dan had je van die bomen met kuipjes waar water in bleef hangen. Wij waren nog van die hummeltjes en dan zei mijn vader: Kijk daarin komen de kaboutertjes hun bad nemen. Daardoor heb ik een sprookjesachtig gevoel bij bomen, denk ik. Een soort ontzag ook. Ontzag omdat ze zo oud zijn. En ze blijven maar groeien en groeien. Dat spreekt zo tot de verbeelding. Alsof ze bijna kunnen denken. Misschien doen ze dat ook wel. Die bomen hebben door de eeuwen heen mensen en koetsen en ridders te paard zien langskomen. En als ik daar dan rondloop dan stel ik me voor dat zij die zelfde boom hebben gezien. Dat vind ik leuk om aan te denken. Bomen maken mijn liefde voor historie los. En hoe ouder een boom, hoe indrukwekkender. Een boom is een mooi, machtig en fascinerend fenomeen.’